
Op onze school kunnen kinderen in de leeftijd vanaf vier jaar worden toegelaten, in de maand december is er in principe geen toelating van nieuwe leerlingen.
Voordat het kind vier jaar wordt mag het 2x een dagdeel meedraaien, in overleg met de betreffende leerkracht).
U kunt uw kind te allen tijde aanmelden. In overleg met de directie kunt u alle mogelijke informatie krijgen over de school. U mag rondkijken en vragen.
Voor iedere leerling die op de school staat ingeschreven gelden de regels zoals die in deze gids vermeld staan.
De wijze waarop het dagelijks werk van de kinderen wordt bekeken en beoordeeld en de middelen die worden gebruikt om vorderingen van leerlingen te verzamelen.
Dagelijks wordt het door de kinderen gemaakte werk nagekeken. Na de foutenanalyse gaan de leerlingen indien nodig de gemaakte fouten verbeteren. Eventueel vindt er van tevoren een bespreking/uitleg plaats.
De betrokken leerkracht maakt in het klassenboek aantekeningen per kind bij regelmatig voorkomende problemen. In die gevallen wordt er individuele hulp gegeven.
Bij het nakijken van het leerlingenwerk wordt er uitgegaan van een positieve beoordeling van het kind, passend bij de mogelijkheden van het kind. Dat kan door opmerkingen als:”Jij hebt goed je best gedaan”, “ Jammer, morgen gaat het vast beter”, “Zullen we het samen eens proberen”, enz.
Voor het volgen van de leerlingen wordt gebruik gemaakt van observaties, methode- gebonden toetsen en methode-overstijgende toetsen (Cito). De laatsten worden gebruikt voor het leerlingenvolgsysteem. Daarvoor worden de leerlingen twee soms driemaal per jaar getoetst voor de onderdelen; ordenen, taal, begrippen, technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen . Ook wordt in groep 8 de CITO-eindtoets afgenomen.
D.m.v. de toets voor sociale-emotionele ontwikkeling (VISEON – vanaf groep 3) wordt ook deze kant van de ontwikkeling in kaart gebracht.
De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleraar.
De toetsuitslagen worden per kind geregistreerd op een overzichtslijst. Tevens worden
per kind de toetsgegevens verzameld in de groepsmap. Hierin zijn per kind alle belangrijke gegevens verzameld.
Daarnaast wordt een aparte leerlingenmap aangelegd. Daarin worden gegevens opgenomen over het gezin, de leerlingbesprekingen, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen en toets- en rapportgegevens van verschillende jaren.
De interne begeleider beheert de mappen.
Teamleden die in de school de vorderingen van de leerlingen doorspreken
Iedere week is er een teamvergadering. Een agendapunt daarbij is de “leerlingbespreking”. Bij dit agendapunt wordt gesproken over :
* Gezellige zaken met betrekking tot de leerlingen,
* Contacten van de leerlingen,
* Gedrag van kinderen,
* Leerproblemen enz.
Na iedere toetsperiode bespreken de teamleden samen met de interne begeleider de groepsresultaten. Er is vooral aandacht voor kinderen met zwakke of zeer goede resultaten.
Zo komt het dat alle teamleden steeds meedenken en meepraten over alle leerlingen van de school. Op deze manier vindt er collegiale ondersteuning plaats.
De wijze waarop het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen worden besproken met ouders/verzorgers.
De kinderen van groep 2 krijgen aan het eind van het schooljaar een rapport mee naar huis. De kinderen van de groepen 3 t/m 8 krijgen driemaal per jaar een rapport.
Voorafgaand hieraan wordt u uitgenodigd om de vorderingen van uw kind met de leerkracht te bespreken tijdens een zgn. contactavond (de derde contactavond op verzoek van de ouders en/of de leerkracht).
Hierbij komen met name zaken als houding, gedrag en resultaten aan de orde. Ook de ouders van groep 1 en 2 worden voor een gesprek uitgenodigd. Voor deze kinderen wordt nog geen rapport maar een verslag opgesteld. (eind groep 2 wel een rapport)
Indien daartoe aanleiding is, worden ouders tussentijds uitgenodigd voor een gesprek.
Als ouders zelf behoefte hebben aan een gesprek zijn ze altijd welkom.
Tevens zijn er informele contacten bij o.a. het brengen en het halen van de kinderen.
De procedure die gevolgd wordt indien er problemen met een kind zijn (leerproblemen, lichamelijke problemen, sociaal – emotionele problemen)
Ieder kind krijgt de zorg die het nodig heeft. Wanneer er met kinderen problemen zijn, wordt er in de teamvergadering melding van gemaakt. In overleg met de interne begeleider wordt er een stappenplan gemaakt. Ook wordt er vaak extra geobserveerd. De groepsleraar doet samen met de interne begeleider een onderzoek.
Dat kan bestaan uit het afnemen van toetsen en het doen van observaties in de groep.
Voordat een dergelijk onderzoek plaatsvindt wordt altijd eerst met ouders over de problemen gesproken. Dit alles conform de afspraken die alle basisscholen van het samenwerkingsverband 209 van het project Weer Samen Naar School hebben in het Zorgplan. Dit Zorgplan is ook voor ouders ter inzage op school. Hierin staan de spelregels vermeld waaraan elke school zich moet houden indien er problemen zijn met kinderen.
Ook de rol van ouders is hierin omschreven. Tevens kunt u de ouderbrochure op school aanvragen van de Permanente Commissie Leerlingenzorg.
In deze brochure staat op een informatieve manier omschreven hoe de bovengenoemde commissie werkt en welke rol ouders bij de aanmelding van een kind kunnen hebben.
Aanwezige voorzieningen
Mocht tijdens de leerling-bespreking blijken dat een leerling extra individuele aandacht nodig heeft, dan is in principe ons standpunt , dat de extra begeleiding in de klas door de eigen leerkracht moet worden gegeven of evt. in een klein groepje buiten de klas.
Als er, na overleg met de Permanente Commissie Leerlingenzorg, ook begeleiding van buitenaf komt (ambulante hulp, orthopedagoge, jeugdarts, verpleegkundige), dan geschiedt dit steeds in overleg met de ouders.
Als onderdeel van het zgn. “stappenplan” van Weer Samen Naar School worden regelmatig de leerlingen besproken met de begeleider van de onderwijsbegeleidingsdienst. (Cedin).
Alle “stappen” vinden pas dan plaats als ouders hiervoor toestemming hebben gegeven.
Onze school beschikt over een interne begeleider. Deze coördineert de “zorg” voor alle leerkrachten. Dit betekent in de praktijk dat leerkrachten hun “zorgleerlingen” met de interne begeleider bespreken en samen met hem/haar een passend plan opstellen om een leerling individueel te kunnen begeleiden.
Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften
Onze school streeft ernaar om het zittenblijven zoveel mogelijk te voorkomen. Toch kunnen er zich situaties voordoen waar zittenblijven een oplossing kan zijn voor een evenwichtige ontwikkeling van het kind. In die situaties zullen we in overleg met de ouders alle mogelijkheden serieus gaan bekijken.
Dit zal altijd vroegtijdig gebeuren zodat ouders de tijd hebben om rustig over de diverse mogelijkheden en onmogelijkheden na te kunnen denken.
Voor die kinderen die zo goed presteren dat ze hierdoor problemen hebben, de leerstof boeit hen dan niet meer, gaan we samen met ouders en de begeleidingsdienst bekijken of de mogelijkheid van een groep overslaan een serieuze mogelijkheid zou kunnen zijn. Ook hier starten we het overleg vroegtijdig en tevens vinden we dat er duidelijke aanwijzingen moeten zijn die dit rechtvaardigen. Dit betekent dat de vertegenwoordiger van de begeleidingsdienst het geheel moet kunnen onderschrijven en ook de ontwikkeling van de betreffende leerling periodiek moet kunnen blijven volgen. In voorkomende gevallen vindt er altijd periodiek overleg plaats met ouders. Dit om de leerling in de nieuwe situatie goed te kunnen blijven volgen.
Ook kan het tot de mogelijkheden behoren om een leerling een extra leerlijn te geven zodat het wel in de groep blijft maar aangepaste stof heeft. Door het werken op het niveau van de leerling blijft de leerstof hem/haar boeien en nemen vaak ook de motivatieproblemen af.
Per leerling zoeken we steeds naar een passende oplossing waarbij we zonodig in overleg gaan met de Permanente Commissie Leerlingenzorg voor advies en ondersteuning.
Ook voor leerlingen die problemen hebben met de leerstof omdat deze te moeilijk is of omdat de leerling sociaal- emotionele problemen heeft, wordt aanmelding bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg overwogen.
Ouders worden nauw betrokken bij de aanmelding van een leerling bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze commissie geeft o.a. adviezen over ambulante begeleiding en eventuele aanmelding bij het SBO.
Ook geeft de commissie de beschikking af zodat een leerling kan worden geplaatst op een school voor SBO(Speciaal Basisonderwijs).
Ook is er een wettelijke regeling “Leerling Gebonden Financiering”, het zogenaamde “Rugzakje”. Deze regeling geldt voor kinderen met een handicap.
Steeds meer ouders wensen dat hun gehandicapte kind zoveel mogelijk in een normale omgeving opgroeit en in het verlengde daarvan ook in de thuisomgeving naar de gewone school voor basisonderwijs kan gaan.
De Munte beschikt over een Zorgprofiel, waarin beschreven staat wat de procedure is voor aanmelding en toelating. Deze ligt ter inzage in de school.
Aan het eind van het primaire onderwijs wordt in groep 8 de keuze gemaakt naar welke school voor voortgezet onderwijs uw kind zal gaan. Het is belangrijk dat er voor deze schoolkeuze voldoende tijd is om samen met uw kind op een rustige en weloverwogen manier tot een goede beslissing te komen.
Voorlichting aan ouders ten behoeve van de schoolkeuze van leerlingen
Tijdens een gemeenschappelijke ouderavond (Molenberg Delfzijl) krijgt u informatie over het voortgezet onderwijs. Ook is er vanuit het ministerie een schoolgids over het voortgezet onderwijs, die krijgt uw kind in oktober/november mee.
Om tot een goede keuze te komen worden de leerlingen en hun ouders in de gelegenheid gesteld verschillende open dagen en/of informatieavonden bij te wonen.
Ook maakt de school gebruik van de mogelijkheid om met de hele klas een open dag te bezoeken. Wij bezoeken twee openbare scholen voor voortgezet onderwijs.
Soort gegevens die over leerlingen wordt verzameld, de wijze van adviseren en de procedure die wordt gevolgd.
Om de schoolkeuze te bepalen worden de volgende onderzoeken afgenomen. De cito-toetsen worden gedurende het cursusjaar afgenomen en de landelijke cito-eindtoets zal worden afgenomen in februari. Naar aanleiding van de toetsen en de bevindingen van de klassenleerkracht vinden er in maart eindgesprekken plaats met de ouders. Voor 1 april moeten de ouders hun kind hebben ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs. In de gemeente Delfzijl neemt de directeur en/of de leerkracht deze taak op zich in samenspraak met de ouders.
Mochten de ouders, de leerkracht en de directeur niet tot overeenstemming komen omtrent de schoolkeuze, dan kan uw kind getest worden door stichting “Compaz” in Groningen. De uitslag van deze toets is bindend.
Er worden momenteel geen naschoolse activiteiten georganiseerd waar kinderen met regelmaat aan kunnen deelnemen. In de zeer nabije toekomst lijkt hier echter verandering in te komen.