Antipest protocol

DIT PROTOCOL HEEFT ALS DOEL DAT:

Alle kinderen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken zichtbaar te maken, kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken. Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, we alle kinderen in de gelegenheid stellen om met veel plezier naar school te gaan!

We beschrijven in dit stuk;

01. De voorwaarden.

02. Hoe willen we er mee omgaan?

03. Regels die gelden in alle groepen.

04. Aanpak van de ruzies en pestgedrag.

05. Consequenties.

06. Begeleiding.

07. Adviezen.

Leerkrachten en ouders uit de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit antipestprotocol.

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.

01. De voorwaarden.

Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen , leerkrachten en de ouders/ verzorgers .
De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt.
Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen
Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon is de directeur, M. Lamain.

02. Hoe willen we er mee omgaan?

Op school willen we regelmatig onderwerpen in de kring aan de orde stellen (De "jij en ik club" of situaties die spelen op dat moment).
Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen. Ook tijdens de sport- en spellessen en groepsdoorbrekende activiteiten zoals bv. de ateliermiddagen en tutorlezen zullen een aantal van deze aspecten aan de orde komen.
Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals; spreekbeurten, rollenspelen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar, groepsopdrachten, lezen, gedichten maken, tekenen en verhalen vertellen.

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:
- Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
- Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
- Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
- Briefjes doorgeven
- Beledigen
- Opmerkingen maken over kleding
- Isoleren
- Buiten school opwachten, slaan of schoppen
- Op weg naar huis achterna rijden
- Naar het huis van het slachtoffer gaan
- Bezittingen afpakken
- Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer

Regel 1:
Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Je mag niet klikken, maar je moet wel voor jezelf opkomen . Dit wordt niet gezien  als klikken.

Regel 2:
Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

Regel 3:
Samenwerken: School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie.  

03. Regels die gelden in alle groepen.

01. Doe niet bij een ander kind, wat je zelf ook niet prettig vindt.
02. Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.
03. We noemen elkaar bij de voornaam.
04. Als je kwaad bent, probeer je eerst samen te praten. Ga anders naar de meester of de juf.  
05. Niet zomaar klikken. Wel aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.
06. Word je gepest praat er thuis ook over,  je moet het niet geheim houden.
07. Uitlachen, roddelen, dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.
08. Heb respect voor andermans spullen!
09. Luister naar elkaar!
10. Iemand niet op het uiterlijk beoordelen .
11. Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn  welkom op onze school.
12. Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.
13. Na het uitpraten van een ruzie kunnen we ook weer vergeven en vergeten.

Ook kunnen we een regel, goed zichtbaar, ophangen.

04. Aanpak van de ruzies en pestgedrag.

Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten!!!
Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

Stap 1:
Er eerst zelf (en samen) uit te komen.

Stap 2:
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.

Stap 3:
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Bij herhaling van pesterijen / ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties).

Stap 4:
Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt.
Bij veel herhaling worden ouders ingeschakeld om samen een oplossing te zoeken.

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

05. Consequenties.

De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:
In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.
De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest (of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden)
En vervolgens leveren stap 1 tm 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.
De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.
De straf is opgebouwd in  fases; afhankelijk van hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering toont in zijn/haar gedrag:

Fase 1:
- Een gesprek met de ouders.
- Een of meerdere pauzes binnen blijven.
- Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.
- Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem. Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind uithaalt.
- Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

Fase 2:
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD, schoolmaatschappelijk werk of het CJG (centrum voor jeugd en gezin).     

06. Begeleiding

Begeleiding van de gepeste leerling:
- Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest
- Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het  pesten.
- Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.
- Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen.
- Nagaan welke oplossing het kind zelf wil
- Sterke kanten van de leerling benadrukken
- Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt.
- Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)
- Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

Begeleiding van de pester:
- Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)
- Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.
- Excuses aan laten bieden
- In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft
- Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest – belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.
- Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.
- Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).
- Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.
- Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidzorg; huisarts; GGD; CJG

07. Adviezen.

Aan ouders van gepeste kinderen:
- Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
- Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
- Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken
- Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
- Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
- Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

Aan ouders van pesters:
- Neem het probleem van uw kind serieus
- Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden
- Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen
- Maak uw kind gevoelig voor wat het  anderen aandoet
- Besteed extra aandacht aan uw kind
- Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
- Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind
- Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat

Alle ouders:
- Neem de ouders van het gepeste kind serieus.
- Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
- Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
- Geef zelf het goede voorbeeld.
- Leer uw kind voor anderen op te komen.
- Leer uw kind voor zichzelf op te komen.